Na de oorlog met de VS (in de westerse media ook wel bekend als de Vietnamoorlog) kreeg Vietnam te maken met een economisch embargo, wat de buitenlandse handel buiten communistische landen ernstig beperkte. Het embargo werd in 1994 opgeheven, wat leidde tot een sterke toename van buitenlandse investeringen en een snelle ontwikkeling. Ho Chi Minhstad (onder het Franse koloniale bewind bekend als Saigon) maakte een enorme bloei door en vulde zich snel met hoogbouw en commerciële gebouwen. Deze gebouwen brachten een postmoderne architectuurstijl met zich mee, gekenmerkt door grote glazen panelen en naadloze gevels. Dit vormt een contrast met de bestaande koloniale architectuur, die sterk leunde op lamellenramen en -deuren met kleine openingen voor ventilatie die geschikt was voor het vochtige, subtropische klimaat.

Niet iedereen kon deze snelle modernisering echter bijbenen. Als het belangrijkste economische centrum van Zuid-Vietnam trok Ho Chi Minhstad veel migranten uit andere provincies aan, op zoek naar betere kansen. Deze migranten brachten hun traditie mee van kleine, informele straatverkoop (vaak bestempeld als illegaal), wat een contrasterend maar levendig beeld vormde ten opzichte van het stadsportret van glazen gevels, strakke pakken en winkels met airconditioning en aluminium kozijnen.

Als iemand die opgroeide in het hart van deze stad, heb ik deze veranderingen van dichtbij meegemaakt op verschillende gebieden:

  • Infrastructuur en architectuur: van kleine gebouwen naar hoogbouw
  • Voertuigen en tempo: van fietsen en scooters naar auto’s en bussen
  • Commerciële activiteiten: van de straat naar de winkel, schuilgaand achter grote ramen